
Fietsvergoeding 2026: hoeveel moet je betalen?
Laatste update: augustus 2026
Een werknemer komt al zes maanden met de fiets naar kantoor. Hij heeft je nooit iets gevraagd. Toch ben je hem een vergoeding verschuldigd, en dat vanaf de eerste dag.
De verplichting geldt algemeen sinds 2023 en wordt vaak laat ontdekt, naar aanleiding van een controle of een klacht. Ze hangt niet af van de grootte van de onderneming, niet van de sector, en niet van iemands goede wil.
Voor de duidelijkheid: de fietsvergoeding is geen voordeel dat je kiest te geven. Het is een recht, met een minimumbedrag, een plafond, en een bijzonder gunstige behandeling in de loonberekening als je ze goed hanteert.
Kort samengevat: cao nr. 164 legt een fietsvergoeding op aan elke werkgever die niet al onder een sectorale of ondernemings-cao valt. In 2026 bedraagt ze 0,30 € per kilometer, voor maximaal 40 kilometer per dag. Het bedrag blijft vrijgesteld van bijdragen en belasting tot 0,37 € per kilometer.
Wat ben je verschuldigd aan wie met de fiets komt?
Een vergoeding, zodra hij de fiets regelmatig gebruikt voor zijn woon-werkverkeer. De verplichting vloeit voort uit cao nr. 164 van 24 januari 2023, van toepassing sinds 1 mei 2023 (FOD WASO, geraadpleegd op 31 augustus 2026).
Twee begrippen bepalen het recht. Eerst het type fiets: de gewone fiets geeft recht, en ook het gemotoriseerd rijwiel en de speedpedelec. Voor die laatste twee geldt één voorwaarde: ze komen enkel in aanmerking wanneer ze elektrisch worden aangedreven. Dan het woord regelmatig: één keer per week volstaat, of een gebruik beperkt tot bepaalde maanden van het jaar, de zomermaanden bijvoorbeeld. De werknemer hoeft niet elke dag te komen, en evenmin het hele traject te fietsen.
Wat cao 164 oplegt, en aan wie
Deze cao heeft een aanvullend karakter: ze geldt niet voor iedereen op dezelfde manier, ze vult een leemte. Heeft jouw paritair comité een eigen cao over de fietsvergoeding gesloten, of heeft je onderneming er een, dan geldt die tekst, niet cao 164.
Concreet is je eerste stap dus niet rekenen, maar je sector nakijken. Een sectorale cao kan een ander bedrag voorzien, een andere afstand, of eigen voorwaarden. Cao 164 geldt alleen bij gebrek aan zo'n tekst.
Eén voorbeeld maakt duidelijk wat dat betekent, en het gaat twee kanten op. Het paritair comité 200, het grootste van het land voor bedienden, heeft een eigen fietsvergoeding. Vandaag bedraagt die 0,27 € per kilometer, dus minder dan de 0,30 € van cao 164. Dat is geen fout: een sectorale cao gaat voor, ook wanneer ze lager uitvalt, precies omdat cao 164 enkel een leemte opvult. Vanaf 1 oktober 2026 gaat dat sectorale bedrag naar 0,32 € per kilometer, met een plafond van 12,80 € per dag (Securex, geraadpleegd op 31 augustus 2026). Reken dat dagplafond even na: 12,80 € gedeeld door 0,32 € komt op dezelfde 40 kilometer uit als cao 164, alleen uitgedrukt in euro's in plaats van in kilometers.
Wat niet ter discussie staat, is het principe: een werkgever mag geen enkele vergoeding weigeren omdat hij zelf niets geregeld heeft. Dat is net de leemte die cao 164 kwam vullen.
Moet je wachten tot de werknemer erom vraagt? Dat hoeft niet. De verplichting ontstaat door het regelmatige fietsgebruik, niet door een klacht. Dat verklaart de retroactieve regularisaties: het recht liep terwijl niemand eraan dacht. De vergoeding verschijnt trouwens als een aparte post op de loonbrief, buiten het brutoloon, wat onze gids over de berekening van bruto naar netto toelicht.
Het bedrag 2026 en het kilometerplafond
Voor 2026 bedraagt de vergoeding van cao 164 0,30 € per afgelegde kilometer, tot maximaal 40 kilometer per dag, dus 20 kilometer heen en evenveel terug. Dat bedrag wordt elk jaar op 1 januari geïndexeerd: in 2025 lag het op 0,29 € (Securex, geraadpleegd op 31 augustus 2026).
Boven 40 kilometer per dag ben je niet verplicht de bijkomende kilometers te vergoeden. Je mag het doen, maar dan valt het onder je eigen beleid, niet onder de verplichting. Let op het onderscheid: die grens van 40 kilometer hoort bij de verplichting van cao 164, niet bij de fiscale vrijstelling, die geen maximumafstand per dag kent.
En de andere vervoermiddelen?
De fiets is niet het enige traject dat je ten laste moet nemen, en de regels verschillen per vervoermiddel. De trein en het openbaar vervoer scheppen een verplichting, de privéwagen niet. Zo staan de verplichtingen voor een werkgever die onder geen enkele gunstigere sectorale cao valt (FOD WASO, geraadpleegd op 31 augustus 2026).
| Vervoermiddel | Verplichting | Basis |
|---|---|---|
| Trein | Verplicht, ongeacht de afstand | De forfaitaire bedragen van cao 19/11. Werk je met de derdebetalersregeling, dan komt je bijdrage op 71,8 % van het abonnement |
| Ander openbaar vervoer, prijs volgens de afstand | Verplicht | Maximaal 75 % van de werkelijke vervoerprijs |
| Ander openbaar vervoer, vaste prijs | Verplicht | 71,8 % van de werkelijke prijs, met één begrenzing: je tussenkomst hoeft niet hoger te liggen dan wat een treintraject van 7 kilometer zou kosten |
| Fiets | Verplicht | Cao 164, bij gebrek aan een sectorale cao |
| Wagen of eigen vervoermiddel | Niet verplicht | Behoudens sectorale of ondernemings-cao |
Voor de trein bestaan er nog bijzondere regelingen, onder meer voor de gratis treinkaarten in tweede klasse. Werk je daarmee, dan vind je de precieze percentages op de pagina van FOD WASO waarnaar hierboven verwezen wordt.
De voorwaarde van een minimumafstand van 5 kilometer voor het openbaar vervoer is intussen geschrapt. Ook een kort traject geeft dus recht op de tussenkomst.
De privéwagen is het enige vervoermiddel waarvoor je standaard niets verschuldigd bent. Kies je toch voor een tussenkomst, of legt je sector er een op, dan verschilt de fiscale behandeling van die van de fiets. Dat terrein verwar je best niet met dat van de bedrijfswagen, die eigen regels volgt.
Telewerk verandert het volume, niet het principe: dagen thuis leveren geen traject op, dus ook geen vergoeding, maar ze kunnen wel andere telewerkvergoedingen openen.
Hoeveel kost het echt?
Veel minder dan een gelijkwaardig brutobedrag, en daar zit net het voordeel. De fietsvergoeding ontsnapt aan de sociale zekerheidsbijdragen en aan de belasting zolang ze onder het plafond blijft. Een euro vergoeding kost je één euro, terwijl een euro netto via het loon je een stuk meer kost.
Het vrijgestelde plafond, en de ruimte die je kunt benutten
Sinds 1 januari 2026 is het vrijgestelde bedrag gestegen van 0,36 € naar 0,37 € per kilometer. Moet je je daarom beperken tot de 0,30 € van de verplichting? Niets dwingt je daartoe: tussen het verschuldigde bedrag en het vrijgestelde plafond blijft er 0,07 € per kilometer die je extra kunt betalen zonder één cent bijdrage of voorheffing.
De vrijstelling is ook op jaarbasis geplafonneerd, op 3.700 € voor 2026, tegenover 3.500 € het jaar daarvoor. Wat je daarboven betaalt, is onderworpen aan de sociale zekerheidsbijdragen en aan de bedrijfsvoorheffing, waarbij de RSZ hetzelfde plafond hanteert als de fiscus.
Een tweede, minder bekend plafond verklaart verschillen van enkele euro's: dat voor de berekening van de maandelijks ingehouden bedrijfsvoorheffing ligt iets lager, op 3.690 € (Securex, geraadpleegd op 31 augustus 2026). Het verschil wordt rechtgezet bij de definitieve belastingberekening. Toont je sociaal secretariaat het ene of het andere cijfer, dan is dat dus niet noodzakelijk een fout.
De definitieve vrijstelling geldt ten slotte voor werknemers die het wettelijke forfait voor beroepskosten toepassen in hun aangifte. Wie zijn werkelijke kosten aangeeft, valt onder een andere behandeling.
De berekening over een volledig jaar
Neem een werknemer die op 12 kilometer van het werk woont en 4 dagen per week met de fiets komt, dus ongeveer 180 dagen per jaar.
- Dagelijkse afstand heen en terug: 24 km, onder het plafond van 40 km
- Dagvergoeding aan het verplichte bedrag, 24 km aan 0,30 €: 7,20 €
- Over 180 dagen: 1.296 € per jaar
- Kost aan werkgeversbijdragen RSZ: 0 €
- Kost aan bedrijfsvoorheffing: 0 €
- Werkelijke kost voor de werkgever: 1.296 €, exact het uitbetaalde bedrag
Breng je de vergoeding op het vrijgestelde maximum van 0,37 €, dan ontvangt diezelfde werknemer 8,88 € per dag, of 1.598,40 € over het jaar. De meerkost van 302,40 € blijft volledig vrijgesteld, en beide bedragen blijven ver onder het jaarplafond. Hetzelfde nettovoordeel via loon geven zou een flink hoger brutoloon vergen, werkgeversbijdragen en voorheffing inbegrepen, zoals de berekening van de totale loonkost toont.
Het is dezelfde logica als bij maaltijdcheques: een voordeel met een gunstige sociale behandeling kost minder dan een loonsverhoging bij gelijke koopkracht.
Bestaat het belastingkrediet nog?
Ja, maar het beleeft zijn laatste maanden. De regering voerde een tijdelijke compensatie in voor werkgevers, het belastingkrediet voor de vrijwillige verhoging van de fietsvergoeding, om de verhogingen van de kilometervergoedingen op te vangen. Het geldt voor de verplaatsingen tussen 1 januari 2024 en 31 december 2026, betaald uiterlijk op 31 december 2027.
Met andere woorden: 2026 is het laatste jaar met gedekte verplaatsingen. Heb je je fietsvergoeding in die periode verhoogd en dat krediet nog niet bekeken, dan is dit het moment: het venster sluit.
Het stelsel compenseert de verhogingen, niet de basisvergoeding. Het richt zich dus op de werkgevers die hun bedrag moesten optrekken om aan de veralgemening te voldoen. Het veronderstelt ook dat de verhoging voorzien is in een cao, het arbeidsreglement of de individuele arbeidsovereenkomst, en voor onbepaalde duur overeengekomen werd. Er bestaat daarnaast een tweede krediet, dat voor de veralgemeende fietsvergoeding van cao 164, en de twee zijn niet cumuleerbaar. Geniet je al het krediet voor de veralgemeende vergoeding, dan speelt het krediet voor de vrijwillige verhoging enkel nog voor wat je daarbovenop betaalt (Securex, geraadpleegd op 31 augustus 2026).
En bij deeltijdse werknemers en uitzendkrachten?
De vergoeding wordt berekend op de werkelijk afgelegde trajecten, niet op een maandforfait. Moet je pro rata rekenen bij een deeltijdse werknemer? Neen, en dat is eenvoudiger zo: wie drie dagen per week komt, krijgt de vergoeding voor die drie dagen. Het aantal trajecten bepaalt de berekening, het arbeidsregime speelt niet mee.
Voor een uitzendkracht of een payrollwerknemer rust de verplichting op de juridische werkgever, degene die het loon uitbetaalt. Zoals voor de rest van de loonberekening past de operator het bedrag toe, en het paritair comité van de gebruiker bepaalt welke cao geldt.
Werk je met flexibel personeel, dan hangt de toepasselijke cao af van de sector waar de werknemer presteert, niet van die van de operator. Een sectoraal bedrag dat gunstiger is dan cao 164 moet je dus volgen. Het is hetzelfde principe als bij het loon, waar het uurtarief het paritair comité van de gebruiker volgt.
De praktische moeilijkheid zit in het bijhouden van de trajecten. Zonder betrouwbare registratie van de aanwezigheidsdagen wordt de vergoeding op het gevoel berekend, en zo'n berekening verdedig je slecht.
Wat de werkgever moet onthouden
- De fietsvergoeding is verschuldigd, niet geschonken. Cao 164 veralgemeent ze sinds 1 mei 2023 voor elke werkgever zonder sectorale of ondernemings-cao.
- 0,30 € per kilometer in 2026, voor maximaal 40 kilometer per dag, bedrag jaarlijks geïndexeerd op 1 januari.
- Check eerst je paritair comité. Cao 164 is aanvullend: een sectorale cao gaat voor, en kan zowel hoger als lager uitvallen.
- De vrijstelling loopt tot 0,37 € per kilometer, met een grens van 3.700 € per jaar. Het verschil van 0,07 € met de verplichting is een voordeel zonder bijdragekost.
- Trein en openbaar vervoer zijn verplicht, de privéwagen niet, behoudens cao.
- Het belastingkrediet loopt af: het dekt verplaatsingen tot 31 december 2026, betaald uiterlijk eind 2027.
Hoe Recruit je helpt
Een verkeerd berekende fietsvergoeding betekent een regularisatie over twaalf maanden en een onaangenaam gesprek. Bij Recruit volgt de berekening de werkelijk geregistreerde trajecten, binnen de cao die op jouw sector van toepassing is.
Met Recruit:
- Correcte loonberekening - Fietsvergoeding toegepast aan het bedrag van jouw paritair comité, indexering opgevolgd
- Gecentraliseerde tijdsregistratie - De aanwezigheidsdagen dienen als basis voor de berekening, geen schatting
- Vrijgestelde behandeling beheerst - RSZ- en fiscale plafonds automatisch toegepast
- Dimona en sociale documenten - Onmiddellijke aangifte van tewerkstelling en bewijsstukken bewaard
- Persoonlijke support 24/7 - Een vast aanspreekpunt dat je dossier en je sector kent
Probeer Recruit of contacteer onze HR-experts voor advies op maat.
Veelgestelde vragen
Moet ik betalen als mijn sector al een cao heeft?
Dan pas je de cao van je sector toe, niet cao 164. Die is aanvullend: ze vult een leemte, ze vervangt geen bestaande tekst. Check het sectorale bedrag voor je rekent, want het kan zowel hoger als lager liggen dan 0,30 € per kilometer.
Geeft een elektrische fiets recht op de vergoeding?
Ja. De gewone fiets geeft recht op de vergoeding, en ook het gemotoriseerd rijwiel en de speedpedelec, zolang die elektrisch worden aangedreven. Het type fiets verandert noch het bedrag, noch het kilometerplafond.
Mag ik meer betalen dan het verplichte bedrag?
Ja, en dat is vaak interessant. Tot 0,37 € per kilometer in 2026 blijft de vergoeding vrijgesteld van sociale bijdragen en bedrijfsvoorheffing. Boven dat plafond wordt het meerdere aan beide onderworpen.
Hoe bewijs ik de afgelegde trajecten?
Met een overzicht van de dagen waarop de werknemer met de fiets kwam, regelmatig bijgehouden. De vergoeding wordt berekend op de werkelijke trajecten, niet op een forfait: zonder overzicht is het betaalde bedrag bij een controle moeilijk te verantwoorden, in beide richtingen.
Heeft een werknemer in telewerk er recht op?
Voor dagen thuis is er geen traject, dus ook geen fietsvergoeding. Voor de dagen waarop hij met de fiets naar het werk komt, is de vergoeding gewoon verschuldigd. Beide regelingen cumuleren op verschillende dagen, nooit op dezelfde dag.
Wie betaalt voor een uitzendkracht: kantoor of onderneming?
De juridische werkgever, dus het uitzendkantoor of de payrolloperator die het loon uitbetaalt. De toepasselijke cao is echter die van het paritair comité van de gebruikende onderneming, wat een ander bedrag kan geven dan cao 164.
De informatie in dit artikel is louter informatief en vervangt geen professioneel juridisch advies. De arbeidswetgeving evolueert regelmatig. Raadpleeg altijd de geldende wetgeving of contacteer een HR-expert voor advies dat past bij jouw situatie.